Via website
PhotoQ las ik een artikel over het onrechtmatige gebruik van een pasfoto door Ringfoto, een verkoop organisatie in fotoapparatuur. Bijzonder aan het verhaal is dat niet de geportretteerde maar de fotograaf de rechtszaak heeft aangespannen.
PhotoQ verwijst naar aan
artikel op de website van Dirkzwager advocaten en notarissen waar het geheel uitgelegd staat. Bijzonder aan dit verhaal is vooral de manier waarop de interpretatie van het auteursrecht is gebruikt.
Een onbekende (persoon X) laat bij Fotobureau limages een pasfoto maken en deze pasfoto wordt later zonder dat hier toestemming voor gevraagd is gebruikt door Ringfoto. Hoe de foto gebruikt is en waarvoor, is helaas niet bekend gemaakt, maar kennelijk heeft Fotobureau limages de foto ontdekt en besloten hierover een zaak aan te spannen tegen ringfoto met als onderbouwing de regels die zijn vastgelegd door de
fotografenfederatie. Aangezien het niet de geportretteerde maar de fotograaf is die een zaak heeft aangespannen, dient er gekeken te worden naar de oorspronkelijkheid van de foto, zoals de creatieve invulling die de fotograaf in de foto heeft gestopt zodat er een herkenbaar werk ontstaat. Met andere woorden, de foto moet een herkenbaar, oorspronkelijk karakter hebben dat de stempel van de fotograaf meedraagt, om in aanmerking te komen voor een schadevergoeding aan de fotograaf.
Bij pasfoto's wordt vaak dezelfde achtergrond gebruikt die nog honderden andere fotografen gebruiken. De belichting geschied op dezelfde manier die andere fotografen gebruiken en de houding van het model staat omschreven in het
fotomatrix model 2007, een vastgelegde acceptatiecriteria voor pasfoto's. Met andere woorden, van enige vorm van oorspronkelijk karakter met eigen stempel van de fotograaf lijkt geen spraken te zijn, dachten ze bij Ringfoto. De rechter oordeelde echter anders, namelijk dat er wel spraken was van een oorspronkelijk karakter omdat de uitsnede, de pose, de belichting en de houding van de geportretteerde
wel de creatieve keuzes bevatten van de fotograaf.
De uitspraak is opmerkelijk te noemen omdat fotografen vinden dat ze door de fotomatrix 2007 niet voldoende vrijheid meer krijgen om een persoonlijke pasfoto te maken terwijl de manier van uitknippen van de foto (het kader bepalen) dus eigenlijk al genoeg bepalend is om er een eigen stempel op te drukken. Nog opmerkelijker is dat de geportretteerde zelf geen aanspraak heeft gemaakt op het portretrecht. Op die manier had de geportretteerde namelijk verder gebruik van de foto kunnen voorkomen, maar dat is dus niet gebeurd.
In het kort gezegd betekend deze uitspraak dus dat ook in pasfoto's genoeg creatieve kenmerken van de fotograaf aanwezig zijn om te spreken van een oorspronkelijk werk dat de kenmerken van de fotograaf met zich meedraagt.
Terug